Nicolaaskerk Dwingeloo

Overweging

 Over licht gesproken

In reactie op de vraag naar de beleving van een kerkdienst kunnen heel verschillende reacties komen.
“Ik vond de preek vandaag erg aansprekend, ik kan er wel wat mee voor de komende dagen.” “Ik ben altijd op zoek naar het praktische, als dat er niet in zit, heb ik weinig aan de preek.”
Opvallend is hoe vaak het antwoord op de vraag wordt verengd tot de preek. Misschien is dat wel iets heel reformatorisch, wij protestanten zijn erg van het woord. Maar toch vind ik dat als vierende voorganger wel wat jammer, dus protesteert deze protestant zo nu en dan een beetje.
Want er is zoveel meer dan alleen de preek: er zijn de liederen die we gezamenlijk zingen. Psalmen in de mond gelegd door Israël, gebeden die als liederen gezongen worden. Er zijn liederen van oudsher tot spliksplinternieuw, met statige melodieën en hippe ritmische accenten.
Maar er is ook de stilte, van waaruit de schriftlezingen en gebeden klinken, er zijn de kleuren van het kerkelijk jaar en van de bloemen en de paaskaars.

Geloven heeft veel met poëzie te maken. Ook de poëzie weet van stilte, soms zichtbaar gemaakt in de witregels. En ze heeft de meerdere lagen, die eigen zijn aan leven,  en dus ook aan geloven. Aandachtig luisteren naar dichteressen en dichters kan de verwondering om het Levende Woord opnieuw wekken. Die aandacht kan je opnieuw brengen bij de verwondering dat je er mag zijn zoals je bent.

En de aandacht maakt me opnieuw bewust, dat er naast míjn opvatting of interpretatie nog zo vele andere mogelijk zijn: er is niet één werkelijkheid. De wereld is niet zwart-wit, maar rijk gekleurd. En in die veelkleurigheid mogen wij allemaal onze plek onder de hemel vinden, in het goddelijk licht gezet.

Over licht gesproken: de tijd die na Kerst komt en daar nog helemaal bij hoort, wordt Epifanie genoemd. Die naam komt van een Grieks werkwoord dat ‘verschijnen’ betekent. In de weken na Kerst hebben al vroeg in de kerkgeschiedenis diverse bijbelse verhalen een vaste plek gekregen.  In die verhalen wordt ons verteld hoe de pasgeboren Jezus aan het licht komt, hoe hij verschijnt, hoe zijn openbare leven er uit ziet.
Een van de mooie verhalen die daarbij horen is die van de bruiloft in Kana. De evangelist Johannes is de enige die dit verhaal vertelt. Hij heeft het vooraan in zijn evangelie geplaatst, en er daarmee een sleutelverhaal van gemaakt. Het is het eerste openbare feit dat hij van Jezus vertelt. Nee, niet het feit dat hij een mirakelman is, een tovenaar of magiër. Want het gaat veel verder dan het teken dat water wijn is geworden (hoe? dat horen we niet eens tussen de regels!). Hier wordt verteld dat het feest niet in het water zal vallen. Hier krijgen wij aangezegd:  het bruiloftsfeest zál doorgaan. Het verbond van trouw wordt niet verbroken!
We horen overigens wel van een bruidegom, maar niet van een bruid. De dichter Willem Barnard zingt van de kerk dat zij de bruid is van Zijn verbond (lied 968). En met Muus Jacobse zingen wij in een wals mee: ‘Wij zijn op het bruiloftsfeest genood’ (lied 525).
Aan ons de eer om mee te doen en handen en voeten te geven aan dit feest van trouw.
Lechayim (‘daar ga je!’): op het leven!

Daan Bargerbos